Inleiding

Caring Vets is in 2017 opgericht met als doel het verbeteren van het dierenwelzijn in het algemeen en in de intensieve industriële veehouderij in het bijzonder.

Uit een toenemend aantal wetenschappelijke publicaties blijkt dat dieren in de basis geen wezenlijke verschillen vertonen met de diersoort mens. Vele eigenschappen die tot voor kort als uniek werden beschouwd voor de mens, blijken in meer of mindere mate ook bij dieren voor te komen en bovendien hebben ze eigenschappen die bij de mens ontbreken. Kortom ze hebben gevoel en het zijn intelligente wezens.

Positie van het dier

De manier waarop dieren gehouden worden in de gangbare veehouderij betreft structurele dierenmishandeling. Dieren behoren gehouden te worden op een manier die past bij het natuurlijke  gedrag en dito behoeftes. Hieruit volgt logischerwijs dat het aantal dieren in Nederland drastisch gereduceerd moet worden en een einde aan megastallen moet komen. 

Om dit nader toe te lichten wordt hierna het varken in de industriële varkenshouderij als voorbeeld nader uitgewerkt.

Een varken heeft een wroetschijf waarmee hij buiten op zoek naar voedsel moet kunnen wroeten in de modder. In de modder rollen is ook nodig voor temperatuurregulatie en als afweer tegen huidparasieten. Een varken wordt ongelukkig als dat niet kan. Varkens zijn daarnaast heel sociale dieren en de zeugen vertonen zeer duidelijk moederlijke eigenschappen waarbij de zeug het liefst haar biggen twee of drie maanden bij zich heeft. In de veehouderij worden de biggen echter weggehaald als ze drie weken zijn, en er wordt voortdurend gezocht naar mogelijkheden om dit nog te bekorten, hetgeen als volkomen tegennatuurlijk mag worden aangemerkt.

Zeugen worden vaak in een kleine kooi gehouden om ervoor te zorgen dat ze niet op hun biggen gaan liggen; desondanks wordt de biggensterfte steeds hoger.*) Het zou, teneinde  biggensterfte door doodliggen tegen te gaan, diervriendelijker en meer natuurlijk zijn om de moederzeug de gelegenheid te geven om een nest in het stro te maken, en om haar een behuizing te geven met voldoende ruimte en de kans om naar buiten te gaan. 

Uit het bovenstaande moge blijken, dat Caring Vets van mening is, dat dieren wezens zijn met eigenschappen en een persoonlijkheid en dus ons respect verdienen. Ze behoren dus niet alleen als productie-eenheid gezien te worden met het doel om zo goedkoop mogelijk vlees te leveren voor de wereldmarkt. Momenteel is het grootste deel van het  in Nederland geproduceerde varkensvlees bedoeld voor de export en dat heeft tot gevolg, dat, om te kunnen concurreren op de wereldmarkt, de prijzen laag gehouden moeten worden. Dit is in de loop der tijd ontaard in een systeem met allerlei uitwassen, zoals boven beschreven en deze “race to the bottom” gaat altijd ten koste van het dierenwelzijn 

*) biggensterfte

De biggensterfte wordt hoger omdat er door fokken en selectie gestreefd wordt naar meer biggen per worp en een kortere tijd tussen de worpen in. Daardoor wordt het aantal biggen per zeug per jaar groter, maar het gaat helaas ten koste van de levensvatbaarheid en overlevingskansen van de biggen. Daardoor wordt de biggensterfte procentueel én in absolute aantallen steeds groter. Wanneer de zeug een nest zou kunnen bouwen in het stro, voldoende ruimte zou hebben om zich te bewegen en als er bijvoorbeeld buizen aan de zijwanden zouden zijn aangebracht (waar de biggen wel onder kunnen kruipen, maar de zeug niet kan liggen), dan zou de kans op doodliggen door de zeug veel kleiner zijn dan in een kaal klein hok, zoals nu gebruikelijk is in de intensieve veehouderij. In het huidige systeem wordt de zeug in een kleine kooi geplaatst om doodliggen te verminderen. Ze kan hierin twee passen naar voren of naar achteren en  de biggen kunnen aan beide zijkanten lopen op een harde kale vloer.

Stallen en stalbranden 

Stalbranden komen frequent voor en halen vele malen per jaar het nieuws. Meestal komen er grote aantallen dieren bij om het leven. In het hierna volgende zullen we enkele diersoorten in relatie tot stalbranden de revue laten passeren.

Kippen zijn door hun veren zelf erg brandbaar en hetzelfde geldt voor de kippenstallen vanwege de veren en het stof. Kippen zijn heel stressgevoelig en kunnen bij een calamiteit zoals een brand ook van schrik of angst overlijden en ze gaan bovendien snel dood aan giftige gassen en rook. De overlevingskans van kippen die opgesloten zitten, is dus bij brand heel klein. Kippen zijn individueel weinig geld waard, dus er zal weinig geïnvesteerd worden in de verzorging van kippen die een brand overleven. Er wordt snel overgegaan tot euthanasie. 

Ook bij varkens zal er weinig geïnvesteerd worden in het laten overleven van verbrande of gewonde dieren, ook bij een wat kleinere brandwond of ademhalingsproblemen. Het is een investering van zowel geld als tijd en een dierenarts zal telkens de afweging maken of de kosten gemaakt voor het behandelen van het dier uiteindelijk financiële meerwaarde oplevert. Deze economische vraag staat in de sector altijd boven het dierenwelzijn en diergezondheid. 

Runderen zijn per individu meer waard, dus daarvoor zal de meeste moeite worden gedaan om ze te redden of te behandelen. Bij een melkgevend rund of een goede stier heeft de dierenarts wat meer financiële ruimte om tot behandeling over te gaan, hetgeen dan tevens positief uitpakt voor wat betreft dierenwelzijn.

Het is heftig om te zeggen maar in het algemeen is het voor de veehouder economisch gezien vaak het gunstigst wanneer alle dieren meteen omkomen bij de brand. Overlevende dieren zijn altijd een extra kostenpost. Dieren die na een brand nog in leven zijn, hebben meestal verwondingen of door rook beschadigde longen en worden daarom geëuthanaseerd en dat brengt kosten met zich mee. Er wordt zelden geprobeerd overlevende dieren te redden omdat ze door rookinhalatie en stress vaak gezondheidsproblemen krijgen en de (vlees, eieren) productie in elk geval zal verminderen.

Opinie van Caring Vets betreffende stalbranden 

Caring Vets ziet de vele stalbranden als een gevolg van het marktdenken en van de louter economisch gerelateerde criteria die gehanteerd worden in de intensieve veehouderij. Het feit dat er nog geen echte maatregelen tegen stalbranden zijn genomen, komt enkel omdat het geld kost om dieren beter te beveiligen tegen brand. Als men zou besluiten dat er geen stalbranden meer mogen zijn, dan zou dat gemakkelijk kunnen worden geregeld. Dus blijft Caring Vets uitdragen dat dieren niet als product gezien moeten worden, maar als levende wezens met gevoel en intelligentie. De manier waarop men in Nederland omgaat met de dieren in de intensieve veehouderij is volgens Caring Vets beneden alle peil. 

Het Actieplan Brandveilige Veestallen 2018 -2022 staat vol met intenties, zoals bewustwording creëren, mogelijkheden bekijken en in gesprek gaan, maar er wordt geen enkel concreet doel genoemd. Er wordt enkel geschreven dat het aantal slachtoffers ten gevolge van brand verminderd moet worden. CV vraagt zich dan af hoevéél minder. Het gebrek aan concrete doelen maakt het Actieplan een triest en slap plan, een doekje voor het bloeden. Hier zal geen echte vooruitgang mee geboekt worden. De veehouderijsector mag zelf bepalen wat zij met de intenties doet. En wat er terecht komt van dit soort convenanten blijkt telkens weer duidelijk, in deze sector zoals ook in andere sectoren: veel te weinig of helemaal niets. Zolang er geen bindende regelgeving is, zijn dit soort vrijblijvende afspraken waardeloos. Zelfs de staatssecretaris van Economische Zaken heeft tijdens de evaluatie van het eerste Actieplan gezegd dat er meer concrete doelen gesteld moesten worden. 

Maatregelen ter voorkoming van stalbranden

Caring Vets vindt dat er in het huidige systeem minimaal veel maatregelen genomen moeten worden om het aantal slachtoffers van stalbranden te verminderen. 

1. Staltechnische mogelijkheden 

–      De bouw van verschillende compartimenten gemaakt van bouwmaterialen met brandwerende eigenschappen en compartimenten op brandveilige  onderlinge afstand. 

–      Het technische gedeelte afgezonderd van het stalgedeelte.

–      Beter toezicht en controle door onafhankelijke partijen.

–      Het creëren van vluchtmogelijkheden bijv.  een stalsysteem met openvallende zijwanden, waardoor de dieren kunnen vluchten als er brand is. Er is geen enkele vluchtroute voor dieren in de meeste stallen. Vaak staan de dieren vast in een kooi. De dieren komen nooit buiten en de stal is potdicht. Daardoor betekent bijna elke brand het einde van de dieren, want zij komen naast brand ook om door rook en giftige gassen.

–      Dieren moeten regelmatig naar buiten kunnen, zodat ze dat gewend zijn. Als varkens of kippen nooit buiten zijn geweest kan het zijn dat ze bij brand de veilige stal niet durven verlaten. Met name kippen kunnen van de stress zomaar doodvallen. Varkens vertonen divers gedrag zoals ook mensen hebben bij een noodsituatie: vechten, vluchten of bevriezen. Als er paniek is gaan varkens hard gillen, dus alle varkens weten dat er iets aan de hand is. Er zullen varkens zijn die, als die mogelijkheid er is, naar buiten hollen, maar ook er zijn ook varkens die verlammen van schrik. Echter meestal hebben de dieren weinig keuze omdat er geen vluchtweg is.

–      Infrastructuur voor de brandweer moeten op orde zijn. Stallen moeten niet zo ver weggestopt worden dat de brand te laat ontdekt wordt of dat er geen bluswater beschikbaar is. 

–      Locatie van de stal. Een stal met  dieren moet bij de woning van de eigenaar staan. CV maakt zich grote zorgen over de tendens om megastallen op industrieterreinen te plaatsen, met alle gevolgen van dien. Naast brand is er ook kans dat de ventilatie uitvalt. Als er geen mensen in de buurt zijn omdat alles in de stal geautomatiseerd is, zullen de dieren binnen korte tijd stikken. 

–      Caring Vets is heel bezorgd over de tendens om megastallen in industriegebieden te plaatsen, omdat dat beter zou zijn voor de volksgezondheid. Megastallen blijken volgens recent onderzoek nog brandonveiliger te zijn dan kleinere stallen. Bovendien worden dieren dan nog verder weggestopt en heeft de consument daardoor nog minder zicht op de dieronvriendelijke wijze waarop voedsel geproduceerd wordt en hoe dieren gehouden worden. Bovendien, als er brand komt in een megaflat met dieren (volgens het Actieplan is een brand nooit helemaal te voorkomen), betekent dat de dood van nog grotere aantallen dieren. 

2. Wettelijke mogelijkheden:  

–      Een betere positie voor dieren in de wet *) waarbij ze niet als dingen worden beschouwd, maar als levende wezens met gevoel; een opvatting over dieren die past bij de huidige maatschappelijke bewustwording en wetenschappelijke kennis betreffende de intelligentie van dieren. Op dit moment wordt er enkel naar productiekosten en opbrengsten gekeken en zijn de dieren in de grote intensieve veehouderijen niet meer dan een product. 

–      Verbod op megastallen. Er komen steeds meer megastallen. Uit onderzoek van Investico is gebleken dat er bij megastallen minder eisen gesteld worden aan de brandveiligheid en er ook meer slachtoffers vallen ten gevolge van brand. 

–      Veehouders zouden een nieuwe vergunning moeten aanvragen wanneer een stal of een deel ervan is afgebrand. Daarmee wil Caring Vets niet zeggen dat stalbrand de schuld is van boeren, maar een dergelijke regel zorgt er wel voor dat het de moeite waard is om te investeren in betere brandveiligheid van de stal. 

*)Wet Dieren

De Wet Dieren beschrijft dat de intrinsieke waarde van dieren erkend moet worden, maar in de uitvoering worden telkens uitzonderingsmogelijkheden genoemd, zoals ‘mits redelijkerwijs haalbaar’. Daardoor kan iemand met de wet in de hand allerlei mogelijkheden vinden om geen rekening met de intrinsieke waarde van dieren te houden. De intrinsieke waarde van dieren moet volgens onze inzichten erkend en gehandhaafd worden en de huisvesting en verzorging moeten hierop aansluiten. Ook moeten de uitzonderingen die er nu in staan, eruit gehaald worden; in dat geval zal de Wet Dieren wel een mooie bijdrage aan dierenwelzijn kunnen vormen. Als gesteld wordt dat dieren een intrinsieke waarde hebben, moeten ze in een veilige omgeving gehouden worden en moeten er dus strengere eisen aan brandveiligheid komen. In een flatgebouw voor mensen kan door een ongeluk nog steeds brand  ontstaan, maar zijn voorzieningen aangebracht die verspreiding beperken en die vluchten mogelijk maken. 

De meeste huidige stalbranden kun je bijna geen ongelukken meer noemen, want de brandveiligheidseisen zijn zó laag dat je branden bijna kunt voorspellen. 

De positie van de dierenarts en adviseurs

In de opleiding van landbouwhuisdierenartsen worden stalbranden wel genoemd, maar daarbij gaat het voornamelijk over wat een dierenarts moet doen als er een stalbrand is. Ook het advies van de KNMvD komt niet veel verder. Daarin staat bijvoorbeeld dat een dierenarts moet proberen media en publiek weg te houden en hoe gewonde dieren te behandelen. Er staat niets in over een gesprek voeren met veehouders over brandpreventie. Voor de eigen dierenarts is het niet altijd eenvoudig om veehouders aan te spreken op dit soort zaken vanwege de arbeidsrelatie. De NVWA zou daar een betere partij voor zijn, maar die heeft op dit moment al te veel taken. De rol van de overheid in deze is ook te vaag en onvoldoende. 

Controleurs van commerciële bureaus die de verplichte elektrakeuringen doen of de brandveiligheid controleren hebben er baat bij om zoveel en zo snel mogelijk keuringen te doen. Veehouders hebben op korte termijn financieel voordeel bij een snelle goedkope keuring. Het zou goed zijn als er verplicht nog een onafhankelijk persoon bij keuringen aanwezig is, in dienst van de overheid of –beter- van een dierenwelzijnsorganisatie.

Dilemma’s voor veehouders

Rondom het thema stalbranden spelen voor veehouders economische dilemma’s een rol. Veehouders zitten gevangen in het systeem. Banken hebben een grote rol gespeeld in het stimuleren van schaalvergroting. Wanneer boeren bijvoorbeeld om een extra lening vroegen om de brandveiligheid te verbeteren, kregen ze te horen van de bank dat dit alleen kon als ze er een bepaald aantal dieren bij namen, zodat het bedrijf meer waard zou worden. De prijs van vlees is te laag, dus een boer zal niet snel uit zichzelf een investering in brandveiligheid doen waar hij niet iets voor terugkrijgt. Daarbij komt dat wanneer een oude stal afbrandt, de verzekering geld geeft om een nieuwe stal te bouwen zonder dat de boer een nieuwe vergunning hoeft aan te vragen. Er zijn daardoor voor veehouders weinig redenen om te investeren in het voorkomen van stalbrand. De veehouders, LTO en andere belangenorganisaties zullen uit zichzelf niet in beweging komen en zullen maatregelen afhouden waar ze kunnen. 

Hoewel er voor nieuwe stallen hogere eisen zijn en een verplichte elektrakeuring is ingevoerd. zijn veel oude stallen niet goed beveiligd. Ten tweede is het schrikbarend dat uit onderzoek blijkt dat de nieuwe megastallen nog veel brandgevaarlijker zijn. Hieruit blijkt dat het effect van de stappen die genomen zijn voor de bouw van nieuwe stallen tegenvalt. Ook zijn er de laatste vier jaar weer meer slachtoffers gevallen van stalbranden dan de vier jaar ervoor. Ook dit wijst erop dat het effect van de maatregelen niet groot is.

Ontwikkelingen

Hoewel er voor nieuwe stallen hogere eisen zijn en een verplichte elektrakeuring is ingevoerd. zijn veel oude stallen niet goed beveiligd. Ten tweede is het schrikbarend dat uit onderzoek blijkt dat de nieuwe megastallen nog veel brandgevaarlijker zijn. Hieruit blijkt dat het effect van de stappen die genomen zijn voor de bouw van nieuwe stallen tegenvalt. Ook zijn er de laatste vier jaar weer meer slachtoffers gevallen van stalbranden dan de vier jaar ervoor. Ook dit wijst erop dat het effect van de maatregelen niet groot is.