Begin april was Caring Vets, op uitnodiging van een groep diergeneeskunde studenten, op de faculteit. Onder leiding van Franck Meijboom mochten de coschappers als onderdeel van hun vijfde jaar een eigen invulling geven aan een terugkomdag over ethiek.

 

 

De studenten, allemaal van de afstudeerrichting landbouwhuisdieren, kozen als thema ‘License to farm’. Ze wilden de dag gebruiken om morele dilemma’s uit de veehouderij te bespreken vanuit praktijkcasussen en daarnaast een discussie te voeren met Frederieke Schouten, Caring Vets, en Gerard van Eijden, practicus, over mogelijke knelpunten bij het houden van landbouwhuisdieren. Belangrijk hierin was natuurlijk ook de rol die je als dierenarts hierin speelt.

Het werd een interessante discussie over knelpunten in de veehouderij zoals de hoge biggensterfte en kalversterfte. Ook ging het over de behoeftes van varkens en wat er nodig is om daar in Nederlandse stallen beter aan te gaan voldoen.
Wat goed is voor dierenwelzijn bleek eigenlijk nauwelijks een punt van discussie. Zo gaven de studenten aan dat zij over een jaar of tien een varkenshouderij voor zich zagen waar geen ruimte meer is voor kraamkooien, waar niet meer gecoupeerd en gecastreerd wordt en waar varkens niet meer in betonnen stallen leven zonder zachte ligplaats en zonder te kunnen wroeten.

Lastiger werd het om te bepalen hoe dierenartsen aan die verbetering kunnen en moeten bijdragen. De rol van de overheid en van consumenten werd vooral heel belangrijk geacht. Maar de studenten waren het er wel over eens dat dierenartsen die partijen zouden kunnen voorlichten, omdat ze verstand hebben van dierenwelzijn.

Dit kan bijvoorbeeld via dierenartsverenigingen en de RDA, die zowel bij de overheid als bij supermarkten zou moeten langsgaan. De dierenarts op het erf kan welzijnsissues zeker bespreken, maar is niet echt in de positie om kritiek te leveren, is de conclusie.

Wel was er enige discussie in hoeverre je problemen die je als individuele dierenarts signaleert ook openbaar moet maken of aan moet kaarten. De studenten vonden dat toch ook zeker de taak van dierenartsen, maar zagen ook wel de problemen die dat zou kunnen opleveren in hun relatie met de veehouders.

Gerard en Frederieke gaven aan dat je bij dierverwaarlozing uiteraard moet ingrijpen en Gerard gaf daarbij aan dat je daar scherp op moet zijn, omdat je relatie met de veehouder ervoor kan zorgen dat je zaken vergoelijkt.

Frederieke gaf de studenten nog mee dat het helpt om jezelf steeds vragen te blijven stellen: zou ik dit bij een hond of paard ook acceptabel vinden? Is er een wetenschappelijke basis waarom ik anders naar het ene dier kijk dan naar het andere?

De nieuwe generatie dierenartsen lijkt zich bewust te zijn van hun belangrijke taak in een wereld waar welzijn van dieren steeds belangrijker wordt.

Dank aan de studenten voor de uitnodiging en de interessante discussie.