Als je de plannen van minister Schouten mag geloven, dan staat er wat te gebeuren in de Nederlandse landbouw. Het lijkt erop dat de klimaatcrisis en biodiversiteitsproblemen eindelijk belangrijk genoeg worden gevonden om ingrijpen door de overheid noodzakelijk te maken. We moeten toe naar kringlooplandbouw. Maar wat betekent dat voor het dier?

Voordeel van de twijfel

Je kunt vrij makkelijk kritisch zijn op de plannen van de minister. Er is bitter weinig concreet gemaakt, en het motto voor circulaire landbouw ‘lokaal wat kan, regionaal of internationaal wat moet’ stemt niet al te hoopgevend en lijkt vooral ruimte te bieden om met een paar kleine aanpassingen alles bij het oude te laten. Maar laten we niet te pessimistisch zijn, de plannen liggen er, de maatschappij voelt zich steeds betrokkener bij de klimaatcrisis en gaat steeds vaker plantaardig eten, steeds meer politieke partijen spreken zich uit voor krimp van de veestapel, er komt een (kleine) sanering van de varkenshouderij er worden nieuwe Green Dealsgesloten. Laten we er voorzichtig vanuit gaan dat de Groene Revolutie nu echt begint.

RDA komt met advies

De Raad voor Dierenaangelegenheden neemt de plannen voor kringlooplandbouw serieus en komt met een ongevraagd advies aan de minister. Want minister Schouten noemt in haar plannen dat ‘dierenwelzijn wordt meegewogen’ en daar moeten de dieren het wel zo’n beetje mee doen. Het is onduidelijk wat kringlooplandbouw gaat betekenen voor dierenwelzijn en –gezondheid. De Raad voerde meerdere expertinterviews om in beeld te brengen wat de risico’s, maar ook de kansen zijn van kringlooplandbouw voor de dieren. Caring Vets is ook benaderd voor een interview.

Visie Caring Vets

Wat wij hebben gedeeld met de RDA ligt dicht bij wat RDA-voorzitter Jan Staman al eerder schreef: “Zet dierenwelzijn centraal in de overgang naar kringlooplandbouw”. Deomschakeling naar een ander landbouwsysteem biedt een enorme kans voor dieren! Hierdoor kunnen politiek en wetenschap bepalen hoe een acceptabele dierhouderij eruitziet. Als nu een grote omschakeling gaat plaatsvinden, móeten we dierenwelzijn bovenaan plaatsen. 

In de eerste plaats is het helemaal niet zo duidelijk of dieren in de toekomst nog wel gebruikt zullen worden voor ons voedsel. Door de opkomst van kweekvlees en steeds meer plantaardig vlees en zuivelvervangers kan het ook zo zijn dat dieren überhaupt niet meer worden gehouden voor voedsel. Dan mogen dieren op de aarde rondlopen en waar nodig de grond bemesten, maar niet meer eindigen op een bord. 

Maar zelfs in een maatschappij waarbij dieren nog wel ingezet worden voor humane voeding, is het duidelijk dat voor een circulaire landbouw veel minder dieren nodig zijn. Daar waar dieren nog worden ingezet, dient voortaan het systeem aangepast te zijn aan het soorteigen gedrag en de behoeftesvan het dier. Het is verstandig om deze toekomstvisie samen met welzijnsonderzoekers, ethologen endierenwelzijnsorganisaties op te stellen. Dieren moet ruimte krijgen, sociale leefomstandigheden aangepast aan hun behoeftes (een varken moet kunnen wroeten, een kip moet scharrelen, een kalfje hoort bij zijn moeder te kunnen drinken, runderen behoren te kunnen grazen). Hier kan het beleid voor een kringlooplandbouw naar toe werken. Voor boeren ook wel zo fijn om in één keer te weten wat er nodig is, in plaats van steeds geconfronteerd te worden met kleine aanpassingen en nieuwe regeltjes.

Gevaren van kringlooplandbouw

Als we de roze bril even af zetten en kijken naar de realiteit van onze huidige landbouw, dan moeten we de minister ook waarschuwen voor eventuele negatieve effecten van kringlooplandbouw op de dieren. Want we weten dat dieren juist de dupe kunnen zijn van innovaties die ‘duurzaam’ genoemd worden:• Om emissies van ammoniak en dergelijke te beperken,dreigt voor steeds meer diersoorten een hermetisch afgesloten stal met een luchtwasser erop, die de luchtkwaliteit in de stal verslechtert en het brandgevaar verhoogt, maar de lucht voor de omwonenden zuivert.• Emissiearme vloeren voor melkvee hebben een positief effect op de omgeving, maar ophopende gassen kunnen explosies veroorzaken. Dit is een onnatuurlijke ingreep die de dieren schade toe kan brengen. Een grondgebonden rundveehouderij moet haar eigen mest kunnen dragen zonder de dieren of het bodemleven in gevaar te brengen.• Efficiëntie is goed voor het klimaat, maar dieren steeds efficiënter laten produceren kan nadelen hebben voor hun gezondheid en welzijn, denk aan de plofkip, de snelgroeiende varkens die stressgevoeliger zijn en steeds vaker beengebreken hebben, de melkproductie bij koeien die nog steeds extreem toeneemt en samen gaat met veelgewrichts- en uierontstekingen, slepende melkziekte, en een kortere  levensverwachting van koeien. • Om aan regelgeving voor mest te kunnen voldoen, wordt er gesleuteld aan de hoeveelheid nutriënten in veevoer. Minder fosfaat in het voer betekent minder fosfaat in de mest. Maar wat betekent dat voor de botstofwisseling? Gezonde, volledige voeding voor dieren moet voorop staan.

Kortom: verlies het dier niet uit het oog in de kader van (klimaat)efficiëntie en ‘duurzaamheid’. 

Toekomstbestendige landbouw

Wij praten liever van ‘toekomstbestendige landbouw’ dan van kringlooplandbouw. Dan is het veel duidelijker dat dieren in de toekomst recht hebben op een plezierig en leefbaar bestaan. 

Dierenleed is niet toekomstbestendig.