Op dinsdagavond 29 september organiseerden de KNMvD in samenwerking met de Caring Vets de tweede discussieavond over de rol van de dierenarts bij de overgang naar een duurzamere dierhouderij. Er waren zo’n 35 dierenartsen aanwezig, ook dit keer weer afkomstig uit heel verschillende gelederen: practici, NVWA, faculteit, vleesindustrie, farmacie en WUR waren vertegenwoordigd. Anders dan in juli toen er veel emotie was over de brief in de NRC, was er deze keer meer ruimte voor een inhoudelijke discussie.

Aan het eind van een constructieve avond was iedereen het wel eens dat dierenartsen een belangrijke rol kunnen spelen bij de overgang naar een duurzamere dierhouderij. Dierenartsen moeten daarbij het welzijn centraal stellen in hun handelen en de KNMvD moet zich sterker uitspreken over knelpunten in de veehouderij. Daarbij is het wel belangrijk om vooraf vast te stellen wat we onder duurzaamheid verstaan. Vanuit het perspectief van de dierenarts draait het om dierenwelzijn inclusief diergezondheid, veterinaire volksgezondheid. Als we stappen willen zetten op dit gebied zal ook duidelijk moeten worden wat we precies met dierenwelzijn bedoelen en dit ook meetbaar te maken. Naast veehouder en dierenartsen zijn er namelijk vele actoren die invloed hebben op het welzijn van dieren. Met name de rol van overheid, consument en retail werden benoemd. Als voorbeeld werd de succesvolle aanpak van antibioticareductie genoemd, waarbij de positie van de dierenarts op het veehouderijbedrijf verstevigd is. Ook het feit dat er toen meetbare streefwaarden zijn vastgesteld en dat er een deadline bepaald is, zijn onderdeel van dit succes.

Een ander belangrijk punt is dat onze standpunten gebaseerd moeten zijn op het best beschikbare wetenschappelijke bewijs. Het voorbeeld van de Duitse vereniging van dierenartsen voor dierenwelzijn werd daarbij veelvuldig genoemd: http://www.tierschutz-tvt.de/. Ook kunnen we niet alle issues tegelijk oppakken en zullen we moeten prioriteren. Er gaan ook al heel veel dingen goed en er zijn de laatste jaren grote stappen gezet. Dezen moeten beter gecommuniceerd worden (best practices) zodat individuele dierenartsen en veehouders daar hun voordeel mee kunnen doen. Tegelijkertijd moeten dierenartsen en veehouders die het dierenwelzijn schaden ook terecht worden gewezen.

Er blijkt een grote behoefte aan het opstellen van een “stip op de horizon”. Dit houdt in dat we gezamenlijk vaststellen waar we als dierenartsen op het gebied van dierenwelzijn naar toe willen. Vervolgens is het nodig om met realiteitszin richting dat doel te bewegen. Dat betekent een lange termijn visie, die we uit moeten en kunnen dragen, én een hands-on aanpak op dit moment, om op korte termijn het welzijn te verbeteren. Het houdt in dat we op meerdere vlakken opereren, zowel op het boerenerf als richtlijn sector, maatschappij en politiek. Een goede suggestie is om de fysiologie van het dier/ de natuurlijke behoeften centraal te stellen en vanuit daar aan te geven wat er mis is in de huidige gangbare veehouderij en welke stappen er vanuit die situatie genomen kunnen worden om het welzijn te verbeteren. De strategie kan daarbij verschillen afhankelijk van het thema. Soms is het nodig om de media of de politiek in te schakelen maar in andere gevallen kan het productiever zijn om met de primaire sector of keurmerken in gesprek te gaan.

Ook willen veel dierenartsen dat we ons meer uitspreken tegen ontwikkelingen die het dierenwelzijn schaden in plaats van lijdzaam toe te zien.  Als voorbeeld van een slechte ontwikkeling werd de ketting met hockeybal ter vervanging van de kale ketting in de varkenshouderij genoemd. En momenteel is de opkomst van de luchtwasser een mogelijke bedreiging voor dierenwelzijn.

Er wordt ook gevraagd waar Caring Vets nu staat ten opzichte van KNMvD. Het antwoord is dat we deze bijeenkomsten gebruiken om te zien waar we als dierenartsen consensus over kunnen bereiken. Na afloop van de sessies gaan KNMvD en Caring Vets samen om de tafel om te praten over het vervolg. De bedoeling is om tijdens de Nationale Veterinaire Najaarsdag in november duidelijk te maken waar we nu staan en hoe we verder gaan om de rol van de dierenarts bij de transitie naar een duurzame dierhouderij beter vorm te geven.