“Care for the carers”

Hoe kunnen we de volgende generatie dierenartsen helpen om meer empathie te ontwikkelen voor landbouwhuisdieren?

Auteur: Elena Nalon, vertaling van artikel eerder gepubliceerd op Faunalytics (geplaatst met toestemming). 

In de ogen van het publiek zijn dierenartsen deskundigen op het gebied van dierenwelzijn. Daarom vertrouwen zij op hun oordeel en beslissingen als dierenartsen.

Studies uit verschillende delen van de wereld hebben echter aangetoond dat, althans met betrekking tot landbouwhuisdieren, de situatie misschien niet zo rooskleurig is. Het is bijvoorbeeld bekend dat dierenartsen in de landbouwhuisdierensector neigen naar een andere houding ten aanzien van pijn en cognitie bij landbouwhuisdieren dan de houding van collega’s die met gezelschapsdieren werken [1, 2, 3]. Die houding ten aanzien van pijn wordt ook beïnvloed door leeftijd: sommige onderzoeken wijzen erop dat jongere dierenartsen zich meer bewust zijn van de voordelen van het gebruik van pijnverlichting bij landbouwhuisdieren in vergelijking met dierenartsen van oudere generaties [4].

De meest recente studie die mijn aandacht trok, is afkomstig uit Italië, mijn thuisland. De studie toont aan dat studenten diergeneeskunde die geïnteresseerd zijn in een carrière als dierenarts in de landbouwhuisdierensector, denken dat zaken als afwezigheid van pijn, het creëren van een stressvrije leefomgeving en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen van minder belang zijn voor landbouwhuisdieren dan voor andere diersoorten.

Bijna 900 studenten diergeneeskunde van drie Italiaanse faculteiten in Midden- en Noord-Italië werd gevraagd om te reageren op een enquête. Hiermee werden gegevens verzameld inzake demografie, hun professionele ambities en hun houding ten opzichte van de diersoorten waarmee ze na het afstuderen wilden werken.

Deze studie bevestigt de reeds gedocumenteerde sekseverschillen in empathie ten opzichte van landbouwhuisdieren, die onder andere het gebruik van pijnstillers tijdens pijnlijke ingrepen beïnvloedt [3, 5]: vrouwelijke studenten in dit onderzoek scoorden hoger dan mannen op een 20-punts schaal (Animal Attitude Scale, AAS). Bovendien scoorden studenten met eerdere ervaring met landbouwhuisdieren (met name herkauwers) en/of interesse in een carrière in de landbouwhuisdierensector lager op de AAS in vergelijking met studenten die  een carrière in de sector gezelschapsdieren ambieerden. Met name voor de eerste groep waren afwezigheid van pijn en angst en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen minder belangrijk dan voor studenten met een grotere interesse in gezelschapsdieren. Andere factoren die de scores op de AAS verhoogden (= diervriendelijkere houding) waren het volgen van een specifiek dieet om ethische redenen en lidmaatschap van een dierenrechtenorganisatie.

De auteurs van deze studie suggereren dat de diergeneeskundige leerplannen voor toekomstige dierenartsen meer aandacht zouden moeten besteden aan dierenwelzijn. Meer gerichte en diepgaande cursussen over dit belangrijke onderwerp kunnen bijdragen aan het vormen van een positievere houding ten aanzien van welzijn van landbouwhuisdieren [3]. Dit is met name van belang omdat uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat dierenartsen het risico lopen om een ​​soort cognitieve dissonantie te ontwikkelen tijdens hun dagelijkse professionele activiteit, waarbij sommige diersoorten worden beschouwd en behandeld als gezelschapsdieren en andere soorten op een veel pragmatischer manier, gericht op economisch gewin.

Een aspect waarmee ik blijf worstelen is het ontbreken van een adequate pijnbestrijding bij landbouwhuisdieren, met name tijdens pijnlijke ingrepen en bij veel voorkomende pijnlijke ziekten. Denk hierbij aan het onthoornen van kalveren, het castreren van biggen, stiertjes en lammeren en het knippen van snavels van kippenkuikens. In de meeste delen van de wereld, ook in de EU, kunnen deze ingrepen legaal zonder pijnverlichting worden uitgevoerd bij jonge dieren door personeel van het landbouwbedrijf.  Verder vertonen landbouwhuisdieren ook vaak zogenaamde “productieziekten”, zoals mastitis bij melkkoeien, hetgeen erg pijnlijk kan zijn. Kreupelheid bij runderen en varkens is nog een voorbeeld. In al die gevallen is volgens mij de tussenkomst van de dierenarts essentieel in de voorlichting aan boeren omtrent het belang van het verlichten van pijn. Niet alleen voor een hoger dierenwelzijn, maar ook om het herstel en dus indirect de levensduur van de dieren te bevorderen. Vandaar de fundamentele rol van het onderwijs bij het vormgeven van de mentaliteit van toekomstige dierenartsen.

De veterinaire beroepsgroep is zich bewust van zijn rol bij het bevorderen van een hoger niveau van dierenwelzijn en is meer proactief geworden met betrekking tot bepaalde ingrepen die gebruikelijk zijn in de veehouderij en die op zijn minst niet langer “best practice” zijn vanuit een deontologisch (beroepsethisch) en wetenschappelijk perspectief . Zo publiceerden b.v. de American Veterinary Medical Association, de Federation of Veterinarians of Europe en de Canadian Veterinary Medical Association in 2011 een gezamenlijk standpunt met de titel “De rol van dierenartsen bij het waarborgen van een hoog dierenwelzijn”, waarin de nadruk werd gelegd op het belang van dierenwelzijn en op de verantwoordelijkheden van dierenartsen op dit gebied. Deze en andere officiële veterinaire vertegenwoordigingsorganen werken hun standpunten, beleid en “best practices” voortdurend bij, ook over specifieke onderwerpen waarbij welzijn van landbouwhuisdieren in het geding is (6789). Sommigen zijn zelfs verder gegaan: in 2015 stuurde de British Veterinary Association een officiële petitie aan de regering van het Verenigd Koninkrijk met het verzoek een ​​einde te maken aan de onverdoofde slacht, een onderwerp dat al vele jaren hevige discussies veroorzaakte.

Tegelijkertijd zijn groepen dierenartsen begonnen zich uit te spreken tegen sommige aspecten van de bioindustrie, niet zonder hevige kritiek van minder vooruitstrevende collega’s en sectororganisaties en zelfs ten koste van zeer persoonlijke aanvallen.

Ik zal slechts drie van deze groepen noemen, maar er zijn er  gelukkig meer. Ten eerste is daar de vereniging Caring Vets, waarvan ik lid ben, een Nederlandse non-profit organisatie, oorspronkelijk opgericht door een groep van 70 dierenartsen die zich zorgen maken over de behandeling van dieren op boerderijen en in slachthuizen. In twee jaar tijd is de organisatie verder uitgegroeid en georganiseerd in meerdere werkgroepen met dierenartsen die zich persoonlijk inzetten om het welzijn van verschillende categorieën dieren te verbeteren. De aanvankelijke focus op landbouwhuisdieren veroorzaakte veel tumult en wordt nog steeds als controversieel ervaren.  Caring Vets heeft inmiddels een nog steeds groeiend internationaal netwerk gecreëerd.

De tweede organisatie die ik wil noemen is gevestigd in Spanje en wordt AVATMA genoemd. Het brengt honderden dierenartsen bij elkaar, met het doel om niet alleen de stierengevechten af te schaffen, maar ook elke andere vorm van mishandeling van dieren, inclusief natuurlijk de praktijken in de veehouderijsector.

Het derde voorbeeld is een organisatie genaamd VALE (Veterinarians Against Live Export). Deze groep bestaat uit dierenartsen en anderen die zich inzetten voor dierenwelzijn. Zij zijn vaak zelf getuige geweest van de erbarmelijke omstandigheden waaronder levende dieren worden geëxporteerd vanuit Australië en willen dit in de openbaarheid brengen en een halt toe roepen.

Dit zijn slechts drie voorbeelden die illustreren hoe dierenartsen kritisch kunnen (en zouden moeten) zijn over bepaalde aspecten van de veehouderij, ook als ze binnen het bestaande systeem blijven werken.

De balans is natuurlijk delicaat. Dierenartsen zoals ikzelf, die economisch niet afhankelijk zijn van de landbouwsector, kunnen een meer uitgesproken houding aannemen. Maar ook de rol van de dierenarts in de dagelijkse landbouwhuisdierenpraktijk, die boeren, slachthuisexploitanten en veevervoerders kan adviseren en begeleiden, is van onschatbare waarde. En ik zou hieraan willen toevoegen dat er momenteel ook geen andere manier voorhanden is.

De diergeneeskundige opleiding kan een fundamentele rol spelen bij het vormgeven van de mentaliteit van toekomstige dierenartsen door het benadrukken van het belang van het verhogen van dierenwelzijn en van de verschillen tussen de behoeften van verschillende gedomesticeerde diersoorten.

Het zal ook steeds belangrijker worden voor de groep die zich inzet voor dierenwelzijn, om in constructief gesprek te komen en te blijven met collega’s in de praktijk en dierenartsenorganisaties. Ook moeten de dierenartsen die zich nu al uitspreken voor meer dierenwelzijn, worden ondersteund. Zij worden vaak geconfronteerd met tegenwerking vanuit de vlees- en zuivelsector en met een vijandige houding van minder vooruitstrevende collega’s, soms met grote persoonlijke consequenties.

Het meest opvallend is misschien het verhaal van dr. Lynn Simpson, die haar baan als dierenarts voor het Australische Ministerie van Landbouw verloor na het onthullen van de erbarmelijke omstandigheden op schepen die levende dieren exporteerden naar het Midden-Oosten en andere langeafstandsbestemmingen. Hoewel ze uit haar functie werd gezet, bleef de moed van Dr. Simpson niet onopgemerkt en ze is nu een prominente en gerenommeerde pleitbezorger voor het streven naar een hoog niveau van dierenwelzijn (voor meer informatie over haar verhaal kun je terecht bij de speciale pagina op de website van de Unbound project).

 

Elena Nalon is dierenarts en gepassioneerd pleitbezorger van meer welzijn voor landbouwhuisdieren. Ze heeft een Ph.D. in de Diergeneeskundige Wetenschappen (welzijn van varkens) en is specialist van het European College of Animal Welfare and Behavioural Medicine. Ze is momenteel adviseur voor landbouwhuisdieren bij Eurogroup for Animals, de pan-Europese organisatie voor belangenbehartiging van dieren, gevestigd in Brussel (België). Haar samenwerking met Faunalytics komt voort uit haar sterke geloof in het stimuleren van welzijnsverbeteringen voor landbouwhuisdieren door middel van voorlichting en opleiding.